De Poolster is een klipper uit 1902. Na jaren als vrachtschip te hebben gevaren vaart ze sinds 1991 met gasten vanuit Harlingen op de Waddenzee en het IJsselmeer.
Joska vaart sinds 2008 op de Poolster als schipper. Hij is opgegroeid aan boord en kent daardoor niet alleen het schip erg goed maar ook alle leuke en mooie plekjes van het Waddengebied en het IJsselmeer.
Eenmaal onderweg draait alles om teamwork. Samen met de maat, hijs je de zeilen en werk je mee aan een overstag of andere zeilmanoeuvres. Ervaring heb je niet nodig, de maat legt je uit hoe alles werkt.
Bij overnachting biedt het schip plaats aan 32 personen
Bij een dagtocht biedt het schip plaats aan maximaal 50 personen.

Interieur
De Poolster beschikt over een gezellig dagverblijf met een open keuken.
De hutten zijn voorzien van stapelbedden en 220-volt stopcontacten.
Er zijn 9x 2-persoonshutten, 2x 4-persoonshutten en 2x 3/4 persoonshutten met in beide hutten een twijfelaar.
Alle hutten hebben een wastafel en er zijn drie douches en drie toiletten aan boord.












De volledig ingerichte keuken beschikt over een 6 pits gasfornuis, een grote oven, een grote koelkast met groot vriesvak, een biertap en koffiezetapparaat (met filters).
De Poolster heeft een kuip met zitplaatsen en er liggen zitkussen op het dek, waar je lekker op kan relaxen.






Geschiedenis van de Poolster
Opdracht voor de bouw van de zeilklipper ‘Schouwen’ werd in 1901 gegeven door de opdrachtgever Willem van de Klippe.
Deze in 1862 geboren inwoner van het eiland Schouwen-Duiveland was al in zijn tienerjaren begonnen als scheepsmaatje en voer in zijn jeugd met zeiltjalken in en om Zeeland. Schouwen-Duiveland was een agrarisch eiland en landbouwproducten werden via landbouwhavens en langs de dijken ingeladen voor transport.
Zijn vader (Olivier) was dijkbaas en liet een landbouwhaven aanleggen bij Serooskerke op Schouwen. Willem zag wel brood in een zeilklipper en gaf de opbracht voor de bouw aan de werf Wed. A. Van Duijvendijk te Papendrecht. Hij voer er voornamelijk in Zeeland mee en voerde landbouwproducten het eiland af en zaken als kolen en macadam (wegverhardingsmateriaal) bracht hij terug.

Twee zoons namen het bedrijf over totdat de zeilklipper als vrachtschip onrendabel werd. In 1927 werd het schip verkocht aan ene Frans Versluis, die hem omdoopte tot ‘Chri-Jo’ en er tot 1932 mee zeilde. In dat jaar werd er een motor van het Merk Deutsche Werke in gezet. In 1938 werd het schip 6 meter verlengd en kon zij tot 300 ton laden.
In de tweede wereldoorlog werd de naam veranderd in ‘Linquenda’. In 1951 kwam er een nieuwe ‘theehut’ en stuurhut op en werd er een 150 pk sterke Deutz motor ingebouwd.
In 1962 verkocht Versluis het schip aan Jan Visser G.zn. die ermee voer tot 1969 en vervolgens werd het via een handelaar naar Zoutkamp verkocht.





Sinds 1991 Poolster
Toen Joska drie was vonden zijn ouders, Johan en Jeannette Moen, in Zijkanaal D bij Nauerna een prachtig casco van 41 meter.
Het casco werd gekocht en kreeg de naam Poolster. Gedurende twee jaar werd het motorvrachtschip omgetoverd in de Poolster.
In Lemmer bij scheepswerf Poppen werd het schip ingekort naar 36 meter.
Iets langer dan de 33,25 m waarmee de “Schouwen” in 1902 van stapel liep.
Jeannette puzzelde lang over de indeling van het schip. Ze hadden de extra 2,75 m nodig om genoeg gasten te kunnen meenemen om het grote verbouw project rendabel te maken.
De verbouwing van het ingekorte casco werd in Harlingen gedaan. Het staalwerk bij SRF, die ook de roef helemaal gebruiksklaar maakten. De roef werd als eerste aangepakt omdat het gezin aan boord woonde tijdens de verbouwing.
Het intimmeren van de Poolster deden Johan, Herman Brandsma aangevuld met nog twee timmermannen. 1992 was het jaar dat voor het eerst sinds de jaren 30 de zeilen weer werden gehesen en de Poolster met afvaarthaven Harlingen met gasten ging varen.